|
|
|
|
|
|
De TIPS hebben
de bedoeling u te laten kennismaken met concrete onderwerpen op een bepaald
werkterrein en speciaal de uitgebreidheid en veelvormigheid daarvan.
Mocht een tip voor u direct bruikbaar zijn, dan boft u. Wendt u zich voor
andere zaken zo nodig tot ons kantoor.
Indien uw pensioenopbouw meerdere breuken vertoont
met andere woorden
u krijgt naderhand pensioen van
meerdere pensioenfondsen en uw inkomen sterker dan normaal heeft gewisseld tijdens uw leven en u
misschien wel eens een lijfrentepolis heeft gesloten of nog een lopende kapitaalpolis heeft, ook in het bezit bent van een eigen woning
en misschien wat eerder wilt stoppen met werken dan is het wellicht dienstig eens een onafhankelijke deskundige uw
pensioensituatie te laten analyseren.
In samenspraak met u kan een plan worden
opgesteld waarbij bijvoorbeeld het bedrijfspensioen nog wat verder kan worden
opgebouwd
(zie hiervoor Tips Belastingen 2001, U kunt naar een hoger
opbouwpercentage toe), de mogelijkheid van een eigen Vutuitkering (afhankelijk
van de in het Sociaal Akkoord van
herfst 2004 gestelde beperkingen) kan worden bekeken en gepland en ook nog kan worden bezien hoe door overdracht van
vermogensbestanddelen aan kinderen in de toekomst successierecht kan worden
bespaard.
Ingeval uw toekomstige pensioen op 65 jarige leeftijd
onder de 70% (met inbouw van AOW) blijft van uw laatste inkomen, dan zou u via de zogenaamde jaarruimte en de inhaalruimte
een lijfrentepolis kunnen sluiten om dat tekort te verminderen of op te heffen.
Deze 2 ruimtes kunnen door ons worden berekend. Dit geldt zowel voor mensen in loondienst als
degene met een eigen onderneming.
In dit verband is van belang de Factor A (van aangroei), die uw pensioenfonds u jaarlijks
gaat opgeven.
Let wel: Als U via de spaarloonregeling
een vrijwillige bijdrage levert aan de verhoging van uw bedrijfspensioen, dan
wordt dit bedrag gekort op de aftrekmogelijkheid via de lijfrentepremie.
Indien eenvoudige reparatie mogelijk is zou u daarvoor een
kapitaalpolis kunnen sluiten (zie het hoofdstuk
Vermogen) of een lijfrentekoopsom kunnen storten (zie hiervoor het
hoofdstuk Tips Belastingen
2001),
Wij kunnen voor deze
producten bemiddelen.
Soms is het ook helemaal niet nodig bovengenoemde
producten te benutten, doch volstaat een andere aanwending van de bestaande
vermogensbestanddelen. Bij voorbeeld een pakket aandelen kunt u anders gaan
beleggen, wat is de verwachte opbrengst van de eigen woning en hoe kan daarmee
worden omgegaan.
Het blijft een kwestie
van analyse en berekening.
De 'GOUDEN
HANDDRUK' en zijn vele facetten……
De gouden handdruk is een
uitkering gedaan door de werkgever aan de werknemer bij ontslag. Dit ontslag
kan plaats vinden met wederzijdse instemming en de hoogte van het bedrag
kan door partijen worden bepaald. In dit geval is er geen recht op WW. Bij
onvrijwillig ontslag wordt de hoogte van het bedrag veelal bepaald door de kantonrechter,
die daarvoor een speciale formule hanteert, de ABC formule. Daarnaast is
er de WW uitkering. (Zie Tips Sociale
Verzekeringen)
De ABC formule
combineert een gewogen gemiddelde van het aantal dienstjaren (A) met het
salaris per maand (B) met een correctiefactor (C), indien de schuld meer bij de
werknemer ligt is de factor kleiner dan 1, indien de schuld meer bij de
werkgever ligt is de factor groter dan 1.
De
formule is openbaar en zit bij ons in de computer; een prognose is te maken.
De uitkering moet strekken ter derving van toekomstige inkomsten. Delen van de uitkering, die betrekking hebben op immateriële zaken, bv smartengeld en/of pensioenpremie worden anders behandeld.
In principe wordt de gehele uitkering belast
voor de inkomstenbelasting (m.i.v. 2001 progressief en niet meer zoals voorheen
tegen een vast percentage van 45%) en de sociale verzekeringswetten. Dus netto
(i.v.m. maximum van 52% IB) vaak hooguit 45%. (smartengeld
zou onbelast kunnen worden genoten.)
Uitkeren is alleen dan o.i. acceptabel
indien de uitkering niet zo groot is of het inkomen wat lager is, zodat een
geringer deel naar de fiscus gaat.
Let op !! Het verdient aanbeveling bij de schriftelijke
vastlegging van de GH een gedeelte (indien van toepassing) af te splitsen ter
dekking van smartengeld, advocaatkosten en/of opleidingskosten. Dit gedeelte is
dan vrij van heffing.
Er zijn echter andere mogelijkheden.
U kunt de GH ook
onderbrengen bij een verzekeraar (voor bedragen van € 11.500,- tot €
175.000,-)
of deze onderbrengen in een eigen stamrecht BV (vanaf € 150.000,-) of in een
"gewone" BV, waarmee U een bepaalde werkzaamheid wilt gaan uitoefenen. U maakt ahw
zelf weer uw eigen baan.
De uitkering kan
direct ingaan of worden uitgesteld tot latere datum, zowel bij de verzekeraar
als bij de Stamrecht BV als Gewone BV.
Onderbrengen bij een verzekeraar kan een zeer flexibel
product opleveren, waarbij de uitkering direct of later kan ingaan, afhankelijk
kan worden van 1 of 2 levens, tijdelijk of levenslang kan worden genoten, van
tijdelijk naar levenslang kan worden omgezet (maar niet andersom, antiselectie,
doordat gezondheidsklachten zouden kunnen zijn opgetreden), kan worden gestopt
en later weer ingaan etc.
Dit alles kan in
garantiebedragen of beleggingsvorm.
De kosten, die al in
de uit te keren bedragen zijn verwerkt, omvatten eenmalige, doorlopende,
beheer- en switchkosten, echter tot een niveau, waarvoor eigen beheer niet
mogelijk is.
Wij beschikken iedere maand over de top 3 uit onze selectie van
aanbieders.
De onderverdeling naar grootte van de bedragen is gedaan ivm de
soort samenhangende kosten. De kosten van een
Stamrecht BV worden gevormd
door de oprichtingskosten en doorlopende kosten als KvK, boekhouding,
accountant, belastingconsulent en de kosten van banktransacties. Als vuistregel
wordt € 150.000,- genomen (puur belegging voor direct ingaand of uitgesteld),
dit kan echter lager zijn als men een bedrijf wil gaan uitoefenen. Het voordeel
van een eigen Stamrecht BV is wel dat naar eigen inzicht of naar het inzicht van
een ingeschakelde vermogensadviseur kan worden belegd en dat een eventuele
overlijdenswinst ten goede komt aan de aandeelhouders via vererving van de
aandelen.
Ons kantoor begeleidt en is behulpzaam bij de
oprichting van een Stamrecht BV.
Wij verkennen met u de oprichtingsakte, treden als troubleshooter op, geven
raad, knopen de dingen steeds aan elkaar en stellen de stamrechtovereenkomst op.
Dit alles voor de vaste prijs van € 650,-
incl. BTW. U kunt zelf de voordeligste
notaris bij u in de buurt zoeken en hem zelf betalen.
Desgewenst verzorgen wij in latere jaren de
boekhouding, stellen de jaarstukken op en doen de aangifte
Vennootschapsbelasting. Ook kan de loonadministratie worden verzorgd.
De GH vormt een complexe materie, waar wij
goed in thuis zijn.
Wij lopen met u in alle rust alle mogelijkheden na en
kennen niet het massawerk en de commercialiteit van goudenhanddruk'specialisten', maar wel dezelfde
voordelige mogelijkheden.
Het
allerlaatste nieuws is
dat de GH vrijwel hetzelfde vanaf 2006 behandeld blijft worden als eerst. De GH wordt definitief niet gekort op de WW uitkering. Ontslagvergoedingen,die
worden gebruikt om oudere werknemers met vervroegd pensioen te sturen worden in
de toekomst belast met een heffing van 26%, welke ten laste komt van de
werkgever. De Belastingdienst moet aantonen,dat het een verkapte Vut regeling
is. Gouden handdrukken bij reorganisatie en individueel ontslag wegens een
arbeidsconflict blijven dus hetzelfde behandeld worden als eerst.
NIEUW
Met ingang van 2010 mag ook de Gouden Handdruk worden ondergebracht
op een "bankspaar"rekening. Er gelden dezelfde fiscale eisen als voor het
verzekeringsproduct, zij het, dat die op onderdelen anders uitwerken.
Wij bemiddelen en begeleiden in de regio's Zuid Holland, Zeeland, Utrecht en westelijk Noord
Brabant.
Maximum aan ontslagvergoeding......
Werknemers, die per jaar € 75.000,- of meer
verdienen, krijgen voortaan een ontslagvergoeding van maximaal één
jaarsalaris. Dit geldt alleen als de kantonrechter over het ontslag beslist. Het
kabinet wil met deze maatregel de kosten voor ontslagvergoedingen beheersen voor
werknemers, die een goede arbeidsmarktpositie hebben. Het maximum geldt niet
voor afspraken tussen werkgevers en werknemers in een arbeidsovereenkomst en
afspraken in een sociaal plan bij bedrijfsreorganisaties of collectief ontslag.
De rechter kan van het maximum afwijken als bv de werknemer zich heeft misdragen
of als het ontslag aan hem is te wijten. Het kabinet voert hiermee een afspraak
uit het Najaarsoverleg uit. De sociale partners zijn her erover eens dat we in
Nederland gebaat zijn bij een meer flexibele arbeidsmarkt. De kantonrechters
formule nieuwe stijl speelt daar handig op in.
De nieuwe Kantonrechtersformule
vanaf 2009……
Voor de vaststelling van de ontslagvergoeding blijft het aantal dienstjaren nog
steeds bepalend, maar de dienstjaren
die op jonge leeftijd werden gemaakt
zullen
minder zwaar gaan wegen. Jongere werknemers zouden na ontslag toch gemakkelijk aan
een nieuwe baan kunnen komen, waarmee men gemakshalve voorbij gaat aan het feit
dat het overgrote deel bestaat uit flexwerkers zonder echte rechten.
Verder zal ook worden gekeken naar de kansen van de ontslagen werknemer op de
arbeidsmarkt, wie in een branche actief is waar gemakkelijk werk is te
krijgen, of wie op kosten van de baas een
opleiding heeft genoten, krijgt
minder .
Tot slot zal ook de actuele financiële
positie van de werkgever voortaan in de formule worden
meegewogen.
Vanaf 1 januari 2009 worden dienstjaren als volgt gewogen:
Tot het 35e jaar 50 %
tussen 35 en 45 jaar 100 %
tussen 45 en 55 jaar 150 %
pas na je 55e jaar 200 %
Eind
december werd bekend dat, de vakcentrales FNV, CNV en MHP de
oude kantonrechtersformule blijven hanteren als richtlijn bij het afsluiten van sociale
plannen. Zij zijn niet gelukkig met de nieuwe, versoberde formule die per
1-1-2009 ingaat.
Het DGA
pensioen……..
De directeur
grootaandeelhouder van een bedrijf kan voor zichzelf een pensioenregeling
maken. Dit zou het karakter kunnen aannemen van een fiscaal gefaciliteerde
overdracht van reserves uit de BV naar privé. Vandaar dat de wetgever hier
sterk op let.
De regeling is vaak
hoogst casuïstisch en individualistisch van aard, regels zijn soms anders dan
die welke gelden voor collectieven.
Stappen, die moeten
worden doorlopen zijn:
a) inventarisatie bestaande
eventueel slapende pensioenregelingen, kapitaalverzekeringen en vermogen; dit
in het kader om te bekijken wat nodig zou zijn. Bij een zeer goed draaiende BV zou
het er alleen op neer kunnen komen te kijken naar wat technisch kan.
b) keuze eigen beheer in
werkmaatschappij of aparte BV of verzekeren
c) keuze wat te verzekeren, bijvoorbeeld ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen,
arbeidsongeschiktheidspensioen en hoe bv middelloonregeling,
eindloonregeling, beschikbare premieregeling
d) actuariële berekeningen bij eigen
beheer, offertes bij verzekeren.
Verzekeren wordt in de regelingen begunstigd vanuit een oogpunt van veiligheid,
er zijn dan ook via verzekeren meer mogelijkheden. Nabestaanden- en
arbeidsongeschiktheidpensioen is veilig alleen maar via een verzekeraar
te regelen.
e) Invoering, pensioenbrief e.d..
Elk van deze punten heeft weer een uitgebreide achtergrond. Wij zijn er goed in thuis, ook voor een regeling van uw personeel. Vraag advies.
Let op. Algemeen, zeg uzelf bij de start van een BV
direct een pensioen toe. U hoeft het niet in te voeren. Mocht het naderhand
zeer goed gaan, dan kunt U vanaf de start opbouwen.
Verwante
onderwerpen: DGA pensioen en echtscheiding
Vennootschapsbelasting en inkoop DGA pensioen
DGA clausule bij faillissement
Huwelijksvoorwaarden en pensioen
Dekkingsvraagstukken DGA pensioen na kredietcrisis
DGA pensioen en extern eigen beheer
DGA pensioen en intern eigen beheer
DGA pensioen, echt pensioen of fiscale aftrekpost
Bestaande vut en
prepensioenregelingen......
Bestaande Vut-, prepensioen- en
overbruggingspensioenregelingen blijven volgens het sociaal akkoord van najaar
2004 bestaan en op dezelfde wijze werken voor mensen, die per 2005 55 jaar of
ouder zijn.
Opbouw van dit soort regelingen na 01-01-2006 en direct ingaand voor NIEUW op
te zetten regelingen zal sterk worden ontmoedigd (behoudens natuurlijk 55 jaar
of ouder) door de werknemerspremie niet aftrekbaar te stellen, de
werkgeversbijdrage met 52% te belasten en de opgebouwde waarde (alleen bij pre-
en overbruggingspensioen) in Box 3 te belasten.
Voor Vut regelingen is de in de vorige alinea genoemde ontmoedigingsregeling
iets anders. Werknemersbijdragen zijn voor de helft aftrekbaar,
werkgeversbijdragen worden voor 26% belast. Per 2015, zijn werknemersbijdragen
NIET meer aftrekbaar en worden werkgeversbijdragen met 52% belast. Na 2004
ingaande regelingen worden direct op de laatst aangegeven wijze behandeld.
Het kan zijn, dat bij nadere uitwerking de regelingen nog iets zullen worden
bijgesteld. (December 2004)
Vanaf 2006 sparen voor 'Levensloop'……..
In 2006 moet er een levensloopregeling komen, waarmee werknemers kunnen sparen
voor doorbetaling bij onbetaald verlof. De regeling voorziet erin, dat
werknemers per jaar 12% van hun brutoloon mogen sparen tot een maximum van 210%
van hun bruto jaarsalaris.
Het spaarsaldo mag worden gebruikt voor elke vorm van verlof tijdens hun
loopbaan. Het kan ook worden gebruikt om eerder met pensioen te gaan (3 jaren
tegen 70% van laatste inkomen).
Vrijvallende premies voor vut- en prepensioenregelingen voor werknemers t/m 54
jaar worden NIET teruggegeven , maar kunnen of worden aangewend voor
verbetering van het ouderdomspensioen op 65 jarige leeftijd of in de
Levensloopregeling worden gestort. Het spaarmaximum van 12% in 1 jaar geldt dan
niet, wel het maximum van 210%.
De Levensloopregeling zal waarschijnlijk worden uitgevoerd door Banken en
Verzekeraars (zelf te kiezen) en door dochterondernemingen van Pensioenfondsen.
Er is grote kritiek op deze regeling. Het zou een speeltje voor de rijken zijn,
want wie kan met € 30.000,- salaris per jaar een deels werkende partner en
opgroeiende kinderen 12% opzij leggen. Er zal dus waarschijnlijk geen
stormloop komen op deze regeling.
NB
Om de gedachten te bepalen: om over een looptijd van 40 jaar 210% op te bouwen,
rendement 3%, moet u per jaar 2,8% op zij zetten. Indien u op 210% van het laatste
salaris wilt uitkomen, wordt dit veel meer MEER.
Afkoop van pensioen…..
Een pensioenuitkering,die op jaarbasis ca € 400,- (per pensioenfonds)
niet te boven gaat ,mag worden afgekocht. Bij emigratie geldt het dubbele.
Geen gratis pensioenopbouw meer voor werkloos rakende
40-plusser……
De stichting FVP raakt door haar geld heen en stopt naar schatting per
1 januari 2009 met de gratis opbouw van pensioen voor mensen, die werkloos
raken boven de 40 jaar. De opbouw van degenen, die reeds gebruik maken van de
regeling blijft gehandhaafd.
Nederlandse pensioenen naar het buitenland……
Nederlandse bedrijven mogen hun pensioentoezeggingen onderbrengen bij
een pensioeninstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie. Het
toezicht op de uitvoering van de regeling ligt dan bij de toezichthouder van
het land waar de pensioeninstelling is gevestigd.
Evenzo mogen Nederlandse ondernemings-, bedrijfstak-, en beroepspensioenfondsen
hun pensioenpremies van werknemers en zelfstandigen uit andere EU lidstaten
ontvangen.
Het sociale,pensioen arbeidsrecht blijft gelden van de lidstaat waar de
regeling is gesloten.
Deze regeling is om te voldoen aan een Europese richtlijn in jan.2006 door de 1ste
Kamer aangenomen.
De nieuwe pensioenwet per 1-1-2007……
Als een werkgever voor zijn werknemers een pensioenovereenkomst sluit,
moet in een ‘startbrief’ staan waar zij aan toe zijn.
Nieuwe werknemers moeten binnen 3 maanden op de hoogte zijn gebracht van de
regeling. De pensioenuitvoerder moet deelnemers op ieder gewenst moment kunnen
informeren hoeveel pensioen zij hebben opgebouwd en hoeveel pensioen zij kunnen
opbouwen.
De werkgever is de geen, die de pensioenuitvoerder kiest. Dit kan een
pensioenfonds zijn of verzekeraar. De werkgever is ook verantwoordelijk voor de
afdracht van de premies.
De pensioenregeling geldt voor iedereen van boven de 21 jaar. Er mag niemand
worden uitgesloten, echter elke werknemer is ook verplicht mee te doen. Afstand
doen van pensioen kan niet.
Werknemersvertegenwoordigers in het pensioenfonds worden aangewezen door de OR
of zij worden gekozen door de weknemers.
De nieuwe pensioenwet per 1-1-2007 en de DGA…..
De pensioenbescherming voor de eigenaar van een bedrijf vervalt met de
ingang van 2007.
Dit betekent dat het in eigen beheer opgebouwde pensioen bij een faillissement
IN het faillissement valt.
In eigen beheer opbouwen via een pensioen BV of Stichting kan nog wel, maar het
vervolgens aan de werk BV uitgeleende geld voor de financiering van deze BV is
kwetsbaar.
Zowel ouderdoms-, als nabestaandenpensioen onderbrengen bij een verzekeraar of
bank heeft vanaf genoemde datum de voorkeur.
Streefpensioen vaak niet haalbaar......
Met pensioen gaan betekent er op achteruitgaan.
Dat geldt voor mannen en oudere werknemers vanaf ongeveer 55 jaar. Het
Nederlandse pensioenstelsel streeft naar een pensioen van 70 % van het laatste
salaris, omdat dan het nettoloon voor en na pensionering ongeveer gelijk blijft.
Vanaf 65 jaar geldt immers een lager belastingtarief en er hoeft geen premie AOW
meer te worden betaald. Voor werknemers van boven de 55 jaar is het lastiger om
de 70 % te halen dan bij jongere Nederlanders. Dat komt doordat een deel van de
55-plussers met een goede pensioenopbouw al eerder stopt met werken en omdat die
generatie pas vanaf de 25 jarige leeftijd ging opbouwen. Bron CBS.
DGA moet diep in de buidel tasten bij
echtscheiding......
De Hoge Raad heeft begin 2007 en uitspraak
gedaan, die een grote invloed kan hebben op de ondernemer-DGA, die pensioen in
eigen beheer heeft opgebouwd. De Hoge Raad besliste, dat de echtgenoot van een
ondernemer in zijn algemeenheid recht heeft op afstorting van de
pensioenrechten, die voor haar zijn opgebouwd in de BV van de ondernemer. Dit
betekent, dat de ondernemer kan worden geconfronteerd met een situatie waarin
hij aanzienlijke liquiditeiten binnen zijn onderneming beschikbaar moet maken om
af te storten bij een verzekeraar.
De HR lijkt met "in zijn algemeenheid" aan te geven, dat redelijkheid
en billijkheid vereisen, dat de ex-echtgenoot, na de echtscheiding zelf moet
kunnen beschikken over haar pensioenrechten en er geen genoegen mee hoeft te
nemen, dat haar aanspraken in de BV van de ondernemer blijven zitten en
afhankelijk blijven van het beleid dat de ondernemer ten aanzien van de
betrokken rechtspersoon voert. Zij hoeft niet het risico te lopen, dat het
pensioen te zijner tijd niet kan worden betaald.
"Ouderen" eisen invloed op hun
pensioen......
Nederland vergrijst en er komen steeds
meer pensioengerechtigden. Begin december 2009 heeft een initiatiefwetsontwerp
van de Kamerleden Blok ( VVD ) en Koser Kaya ( D 66 ) het licht gezien, dat
beoogt gepensioneerden toe te laten tot de besturen van pensioenfondsen van
complete bedrijfstakken ( bouw, metaal ed ).
In 80 % van de pensioenfondsen, die voor individuele ondernemingen werken,
hebben gepensioneerden inmiddels een plaats in het bestuur.
Pensioen in de bedrijfstakken is altijd een zaak geweest van werkgevers en
bonden en deze zien niet veel in het wetsontwerp getuige het feit, dat
werkgevers en bonden hun overleg met ouderenorganisaties over medezeggenschap
staakten, toen die ouderenorganisaties hun steun betuigden aan het
initiatiefwetsontwerp.
Minister Donner denkt ook mee en plaats kanttekeningen bij het wetsontwerp. Hij
wil liever, dat er een beter "intern toezicht"komt en professioneel bestuur. Dit
alles in het licht van de beleggingsverliezen bij de fondsen, de opschorting of
beperking van de indexatie ed. Een zeer warrig krachtenveld.
Pensioen met
beleggingsrisico is geen pensioen…….
Tot op de dag van vandaag kan een pensioengerechtigde over het algemeen rekenen
op een vast percentage van zijn eindloon of middelloon. Ook was er de belofte-
over het algemeen waargemaakt- dat bij gematigde inflatie het pensioen zou
worden
geïndexeerd.
Twee decennia geleden vonden werkgevers en regering dat de fondsen erg ruim in
hun geld zaten, ze zouden meer bezitten dan
voor hun verplichtingen nodig was.
Toentertijd werden door de staat en werkgevers grote bedragen gehaald/ of op
aanwijzing terugbetaald uit de fondsen of de premiebetaling werd onderbroken of
werden de premies sterk verlaagd of een combinatie hiervan.
Dit alles zou kunnen, omdat pensioenfondsen afstapten van hun oude politiek om
te beleggen in risicomijdende waarden als staatsobligaties. Beleggen in
aandelen, opties en allerlei andere, vaak niet begrepen, fondsen zouden veel
meer rendement opleveren.
Vandaag de dag is te zien, waartoe
dit heeft geleid.
In de recente pensioenbesprekingen tussen werkgevers en werknemers is aan de
orde gekomen en ook als akkoord vastgelegd, dat de werknemers en gepensioneerden
moeten meedelen in de beleggingsrisico’s. Op die manier ademen zij mee met de
beurskoersen.
Bij de behandeling van de Pensioenwet van 2007 was de wetgever de mening
toegedaan,dat:“Overeenkomsten, die resulteren in een uitkering in
beleggingseenheden een zo grote onzekerheid in de uitkeringsfase kennen, dat de
regering deze niet beschouwd als pensioen”.
Mensen let op uw zaak.
( vrij naar een artikel van Prof. Dr. B.M.S. van Praag, emeritus
hoogleraar UVA in NRC van 14
oktober 2010)
Het
pensioen is een hele opluchting…….
In
het British Medical Journal is in november 2010 een studie gepubliceerd onder
14000 werknemers van EDF (Electricité de France)Deze werknemers, die gemiddeld
op hun 55-ste met pensioen gingen ( dus erg vroeg ) zijn gedurende 7 jaren voor
en 7 jaren na hun pensionering regelmatig geënqueteerd.
In de 7 jaren voor hun pensionering voelde 20 tot 30 procent zich regelmatig
lichamelijk of geestelijk moe. Een jaar na pensionering was dat gedaald tot
onder de 10 procent. Dit bleef laag. Depressieve gevoelens daalden ook, maar wel
minder sterk. Ouderdomsziekten namen wel gestaag toe.
Vroeger onderzoek wees vaak uit, dat stoppen met werken ziekte en dood versnelt.
Dit wordt derhalve niet bevestigd in dit onderzoek.
Er blijft echter het effect, dat in landen met goede sociale voorzieningen,
degenen, die al eerder meer moeite hadden in het werk, zijn gestopt en zijn
beland in een regeling. De “beteren” bleven over.
Nederlands onderzoek laat zien, dat 55-plussers door het stilvallen van de
carrièremolen niet meer zoveel conflicten hebben tussen werk en privé, ook zijn
over het algemeen de kinderen de deur uit en is de hypotheek afbetaald, kortom
een makkelijker en rustiger tijd.
( Vrij naar artikel
in NRC van 30 november 2010)
Zelfstandigen langer bij pensioenfonds……
Zelfstandigen zonder personeel ( zzp )
kunnen vanaf 2012 langer aangesloten blijven bij het pensioenfonds van hun
eerdere werkgever. N plaats van 3 jaar mogen zij 10 jaar bij het fonds blijven.
De bedoeling is dat zelfstandigen werk maken van hun oudedagsvoorziening.
Deeltijdpensioen en blijven
werken…….
Tot nu toe moest de werknemer, die
zijn pensioen eerder liet ingaan, zijn werk in geljke mate verminderen. Anders
werd zijn pensioenregeling onzuiver en werd de gehele aanspraak belast.
Dit bleek in de praktijk niet goed te werken.
De staatssecretaris maakt het nu voor mensen tussen 60 en 65 jaar vanaf 2012
mogelijk om naast hun pensioen te blijven werken. Deze maatregel past in het
beleid de arbeidsparticipatie van ouderen te stimuleren.
Vereisten zijn, dat het pensioen niet eerder ingaat dan op 60 jarige leeftijd en
dat het pensioenreglement eerder met pensioen gaan moet toestaan.
Wel of geen
waardeoverdracht……
Bij deze een aantal handvaten voor
waardeoverdracht.
Waardeoverdracht moet binnen 6 maanden na toetreding tot het nieuwe
pensioenfonds worden aangevraagd.
Ook ten aanzien van eerdere baanwisselingen kan nog om waardeoverdracht worden
verzocht. Het pensioenfonds moet dan echter wel willen meewerken.
Pensioenkapitalen van baanwisselingen van voor midden 1994 kunnen niet worden
overgedragen.
Is de nieuwe pensioenregeling een eindloonregeling dan is
waardeoverdracht altijd voordelig.
Om te voorkomen, dat pensioenfondsen kleine pensioenen gaan afkopen is het veel
beter deze pensioenen mee te nemen naar een nieuw fonds.
Middelloonregelingen bieden meer zekerheid, dan beschikbare premieregelingen.
Daarom is het overhevelen van een beschikbare premieregeling naar en
middelloonregeling gunstig , maar het omgekeerde ongunstig.
Als wordt overgeheveld tussen middelloonregelingen is het het beste de
indexeringsregelingen van beiden te vergelijken.
Bij verandering van pensioenfonds moet goed worden gekeken naar het
partnerpensioen. Soms wordt er op risicobasis een voorziening getroffen, soms is
er een kapitaal opgebouwd. Om het partnerpensioen veilig te stellen is dan
waardeoverdracht nodig.
De ontvangende of
overdragende partij moet bij waardeoverdracht bijbetalen………
Aan een verzoek tot waardeoverdracht
moeten partijen meewerken. Toch gaat dat sinds de invoering van de Pensioenwet
soms met veel morren gepaard.
Dit doet zich voor bij waardeoverdracht van uitkeringsregelingen ( eindloon of
middelloon ).
De PW stelt dat de kapitalen bij overdracht worden berekend tegen de marktrente.
Deze voor deze regelingen geldende rente wordt jaarlijks door de DNB vastgesteld
en lag in 2011 beneden de 3 %.
De pensioenregelingen ( vooral bij verzekeraars ) werden vroeger steevast
gevoerd met een rekenrente van 4 % , tegenwoordig 3 %.
Een kapitaal berekend op 3-4 % zal lager zijn dan een kapitaal tegen een
percentage lager dan 3 %. Hierdoor moet de overdragende partij bijbetalen. Een
aantal jaren terug lag de marktrente voor deze overdrachten hoger dan 4 %,
waardoor de ontvangende partij er kapitaal bij moest doen. Immers hij had een
kapitaal nodig op basis van 3 of 4 % , hetgeen hoger was, dan het kapitaal tegen
4-5 % waartegen werd overgedragen.
Ook de politiek houdt zich nu hiermee bezig om tot een oplossing te komen.
Pensioenfondsen waarderen over het algemeen al op marktrente ( vandaar de te
lage dekkingsgraad ), zodat bij overdracht tussen pensioenfondsen over het
algemeen deze problematiek niet speelt.